Factsheet van het onderzoek naar de effecten van het schoolslagvoorbeeld

Geen tijd om het hele onderzoek door te spitten? Lees dan de factsheet over het onderzoek naar de effecten van het schoolslagvoorbeeld. De belangrijkste punten zijn samen terug gebracht tot één pagina!

Beter leren zwemmen door videovoorbeelden

In de bovenstaande afbeelding is te zien dat video voorbeelden leiden tot betere scores op de kwaliteitsmeting van de schoolslag.

Effectiever leren zwemmen

Onderzoek toont aan dat kinderen de schoolslag sneller en effectiever leren met het gebruik van video voorbeelden. In dit onderzoek is de kwaliteit en kennis van de schoolslag onderzocht en de correlatie hiertussen. Kinderen die het videovoorbeeld zagen hadden een significant hogere score op kwaliteit en kennis van de schoolslag. De correlatie tussen deze gegevens liet ook zien dat kennis van de schoolslag sterk samenhangt met de kwaliteit van de schoolslag. Snappen is kunnen dus!

Bekijk het hele onderzoek

Leerlingen snappen wat ze moeten doen

In het onderzoek zijn verschillende metingen gedaan. In de afbeelding hiernaast staan de resultaten van de kennismeting. De kinderen zijn getest op alle onderdelen van de schoolslag. De blauwe balken staan voor de scores van de kinderen die de videovoorbeelden hebben gezien, de rode balken voor de kinderen die de voorbeelden in het water hebben gezien. Uit de resultaten blijkt dat kinderen beter informatie kunnen halen uit een videovoorbeeld dan een voorbeeld in het water.

Bekijk het hele onderzoek

Goed kijken lijdt tot goed oefenen

In deze afbeelding is de relatie tussen kwaliteit van de schoolslag en welke informatie een kind uit het voorbeeld haalt te zien. Uit de berekening blijkt dat er een sterke relatie is tussen het zien van de schoolslag en de gemeten kwaliteit. Kinderen die hoog scoren op de informatiemeting scoren ook hoog op de kwaliteitsmeting en Kinderen die laag scoren op de informatiemeting doen het ook minder goed op de kwaliteitsmeting.

Bekijk het hele onderzoek

 

Samenvatting

Kijken naar een beweging is van belang bij het aanleren van de beweging. Een goed voorbeeld is het halve werk. In het zwemonderwijs is kijken naar de beweging soms lastig, omdat deze onder water plaatsvindt. Met name de schoolslag is problematisch, omdat deze moeilijk te zien is. De schoolslag is een complexe serie van bewegingen en de slag wordt onderwater uitgevoerd. Leerlingen moeten daarom goed kunnen kijken naar het voorbeeld, maar door de eigenschappen van het water is dit lastig. Vanuit deze bevinding is de hoofdvraag ontstaan: Wat is het effect van het schoolslagvoorbeeld op de kwaliteit en kennis van de schoolslag tijdens het leerproces? De deelvragen splitsen de effecten uiteen op kwaliteit en kennis in beide populaties.

De doelstelling van dit onderzoek is het leerproces van de schoolslag verbeteren. Dit wordt gerealiseerd door de effecten van het voorbeeld in kaart te brengen. In dit onderzoek wordt het fysieke voorbeeld van de schoolslag vergeleken met videovoorbeelden. Hiervoor moest een testmethode ontwikkeld worden, omdat er geen geschikte testen bestonden. In dit onderzoek wordt achterhaald welke informatie een leerling uit het voorbeeld haalt en welk effect dit vervolgens heeft op de kwaliteit van de schoolslag. Dit is getoetst bij een populatie van 35 leerlingen van de Zwemschool van het Instituut voor Sportstudies. Deze leerlingen hebben een leeftijd van 4 tot en met 6 jaar, die zwemles volgen om het zwemdiploma A te behalen. Alle deelnemende leerlingen zitten in hun vierde zwemperiode. In periode vier starten de leerlingen met het leren van de schoolslag.

Uit het onderzoek is gebleken wat de score uit de informatiemeting en de kwaliteitsmeting is bij de populatie van het videovoorbeeld (n=17) en bij de populatie van het fysieke voorbeeld (n=18). De videogroep scoort in totaal gemiddeld 92 punten op de informatiemeting en de fysieke groep 60 punten, bij een maximum van 100 punten. De videogroep heeft gedurende 6 weken een toename in kwaliteit laten zien van gemiddeld 53 punten, terwijl dit bij de fysieke groep om gemiddeld 13 punten ging. De correlatie tussen deze gegevens is berekend op 0,7, wat hoog is. Dit betekent dat leerlingen met een hoge score op de informatiemeting ook hoog scoren op de kwaliteitsmeting en andersom. Alle resultaten van beide metingen vallen binnen 2 standaarddeviaties van het gemiddelde en zijn daarmee binnen het gestelde limiet van 3 gebleven.

Er kan voorzichtig geconcludeerd worden dat videovoorbeelden een positief effect hebben op de kwaliteit en kennis van de schoolslag. Het fysieke voorbeeld heeft een zeer matig effect gehad op de kwaliteit en kennis van de schoolslag. De conclusie is echter onzeker, omdat in dit onderzoek een aantal relevante variabelen niet gemeten zijn. Hierbij valt te denken aan gender, exacte leeftijd, lichaamsverhouding, gezondheid, gemoedstoestand en intelligentie. Daarnaast was het onderzoek kort ten opzichte van de periode die het leerproces van de schoolslag normaal inneemt. Bij het aanleren van een beweging, laten leerlingen schommelingen in prestaties zien. Het kan zijn dat de resultaten zes weken later geheel andere waarden laten zien. Het is daarom aan te raden een langere studie naar dit onderwerp uit te voeren, waarin alle hiervoor benoemde aspecten onderzocht worden. Pas dan kan met grotere zekerheid gezegd worden dat videovoorbeelden een toegevoegd effect hebben op de leerprestaties en het fysieke voorbeeld tekortkomingen heeft.